Interview Editors-zanger Tom Smith 

“Ik heb mijn schuchterheid moeten overwinnen”

 

Ook nog altijd verslingerd aan Papillon? Die hit luidt voor Editors een nieuw hoofdstuk in. Minder gitaren, meer elektronica. En of de fans dat lusten!

Tekst: Gunter Jacobs / Foto: Kevin Westenberg

 

De vette beat waarop ‘Papillon’ drijft, zet de koerswijziging van Editors mooi in de verf. Het Britse viertal dat zowel voor debuut-cd ‘The Back Room’ (2005) als voor opvolger An End Has a Start (2007) één miljoen kopers vond en in steeds grotere zalen optreedt, verkent op het nieuwste, derde album ‘In This Light and on This Evening’ nieuwe horizonten. Een elektronisch getinte plaat maken, was nochtans nooit de bedoeling, legt zanger Tom Smith uit.

 

We waren de gitaarsongs even beu en wilden een andere richting uit. Niemand kon voorzien waar we zouden uitkomen. Het voornaamste was dat we ons openstelden voor een andere aanpak.

 

 

Alle grote groepen nemen risico’s. Wat zijn jouw favoriete carrièrewendingen uit de muziekgeschiedenis?

Ik houd ervan als groepen mij de oren doen spitsen. Ik ben opgegroeid in de tijd dat Oasis en Blur de grootste Britse groepen waren. Ik was vooral een Blur-fan. Die groep verstond de kunst om zichzelf en het publiek steeds weer uit te dagen. Oasis heeft nochtans ook twee geweldige platen gemaakt. Toen die groep daarna niet evolueerde, verloor ik er mijn interesse in en vond ik mijn weg naar Radiohead en R.E.M., groepen met toch iets meer inhoud.

 

“Ik vind onze muziek best wel donker. Maar dat wil niet zeggen dat ik depressief ben!”

 

Jij bent van nature introvert. Hoe heb je geleerd een entertainer te worden die een zaal vol fans kan mennen?

Dat leer ik nog steeds. Met onze eerste plaat stond ik er niet bij stil dat ik werd verondersteld een performer te zijn. Stilaan begon het te dagen dat het mijn job was om uit mijn schelp te komen en die nummers voor een publiek te vertolken. Daarvoor heb ik mijn schuchterheid moeten overwinnen. Nu voel ik me op een podium al veel beter in mijn vel. Ik twijfel nog steeds aan mezelf, ook al voelt het geweldig als je merkt dat je een publiek kan manipuleren, laten meezingen en een leuke avond bezorgen. Nu vraag ik me wel af hoe iemand al bij zijn eerste plaat zelfzeker op een podium kan staan. Dat moet toch fake zijn?

 

Jouw songteksten drijven op melancholische bespiegelingen bij de achterkant van de samenleving. Hoe vaak moet je tegenspreken dat dit een depressieve groep is?

Ik vind onze muziek ook best wel donker. Uit de beste muziek druipt weemoed en mysterie. Dat je daarvoor als maker depressief moet zijn, is onzin. Voor een muzikant zijn de sinistere, beangstigende kantjes van het leven gewoon boeiender om te verkennen. Het is niet omdat een kant van mijn persoonlijkheid daar het meeste voldoening uit haalt, dat ik neerslachtig ben.

 

Je bent onlangs vader geworden. Heeft dat je kijk op het leven en het songschrijven veranderd?

Mogelijk wel, ja. Elke dag begrijp ik mijn plaats in deze wereld een beetje beter. Ik heb bewust niet geprobeerd om songs over mijn zoontje Rudy te schrijven, maar in de observaties waaruit ik put, speelt hij ongetwijfeld een rol. Dat ik op deze plaat vooral over Londen zing, betekent misschien wel dat ik sinds zijn komst meer dan ooit naar mijn thuis hunker.

 


Share |