“Valide zwemmers kunnen van mij leren”
De Paralympische Zomerspelen zijn nog niet zo lang achter de rug. Met 4.000 atleten en 2.500 trainers en officials uit ongeveer 250 landen zijn deze spelen het strijdtoneel waar sporters met een handicap het tegen elkaar opnemen. Topzwemmer Jonas Martens (25) vertegenwoordigde ons land er al twee keer, in Athene en Sydney, maar kwam 20 honderdsten van een seconde tekort voor Peking. Wij hebben gelukkig meer tijd.
Op zijn zesde stelden dokters bij Jonas een kwaadaardige tumor in de knie vast. Omdat zijn leven in gevaar was, besloten ze snel na de diagnose over te gaan tot amputatie van zijn been. De Verrebroekenaar gaf evenwel blijk van een bijzonder sportief en niet te stuiten karakter. Het eerste wat hij op zijn achtste na chemotherapie en revalidatie leerde, was skiën…
Jonas: “Mijn kinesist in het Centrum Technische Orthopedie, het centrum waar ik na mijn amputatie mijn prothese liet ontwerpen, was ook de voorzitter van de vzw Anvasport, een vereniging die mensen met een handicap helpt om alle mogelijke sporten te beoefenen. Hij heeft mij en mijn vader overtuigd om te leren skiën. Ik was nog maar net 8 jaar oud toen ik ermee begon, maar ik was meteen verkocht. Sindsdien ben ik altijd blijven skiën en probeer ik elk jaar te gaan.”
Wilde je iets bewijzen?
Absoluut niet. Ik was 6 jaar toen ik mijn been verloor. Dan ben je daar niet op die manier mee bezig. Je vertrouwt op wat de dokters en je ouders zeggen. Dat wat moet gebeuren, moet gebeuren. Vervolgens ga je gewoon verder met het leven.
Hoe ben je dan met zwemmen begonnen?
Skiën is nogal moeilijk in België. Dus gingen we op zoek naar een andere sport. Een paar schoolvriendjes hadden zich ingeschreven bij de zwemclub en toen ik terug helemaal genezen was, wilde ik dat ook graag proberen. Dankzij het ongelooflijke geduld van een badmeester heb ik leren zwemmen. Hij had geen enkele ervaring met mijn handicap, het was echt pionierswerk. Die vriendjes zijn ondertussen gestopt met zwemmen. Ik zit nog elke dag in het water. (lacht)
Hoe komt het eigenlijk dat jij met één been nog zo snel zwemt? Je laat veel valide sporters achter je.
Ik heb waarschijnlijk iets meer talent dan de valide sporters die trager zwemmen dan mij, maar ik geloof ook dat iedereen een voor zijn of haar lichaam optimale manier van zwemmen heeft. Ik heb geleerd om mijn armen, mijn bovenlichaam en mijn ene been optimaal te gebruiken, zoals dat voor mijn lichaam het best gaat. Ik doe dingen met mijn bovenlichaam en mijn armen die ook valide zwemmers goed van pas zouden komen, zodat ze nog sneller zouden kunnen zwemmen.
Wie zijn je grote voorbeelden in de sport?
Als kind had ik drie sporthelden. De wielrenner Miguel Induráin, de basketballer Michael Jordan en Aleksandr Popov, de enige zwemmer in het rijtje. Dat zijn ook meteen de drie sporten die ik het liefst volg op tv.
Denk je dat je voor dezelfde sport zou kiezen, mocht je been niet geamputeerd zijn?
Dat is moeilijk voor te stellen. Ik denk dat ik zeker bij de voetbal zou zijn gegaan. Maar evengoed zou ik mijn schoolvriendjes gevolg zijn naar de zwemclub…
Vier jaar geleden zwom je nog de Paralympische finale in Athene, net als in Sydney. Hoe komt het dat je de selectienorm voor Peking dit jaar hebt gemist?
Die selectienorm is bekendgemaakt in april 2007 en lag absurd hoog: 26’90” op de 50m crawl. Er zijn amper drie zwemmers ter wereld die dat kunnen halen. En dan moeten ze nog in topvorm verkeren. Bovendien moest ik op nog geen jaar die tijd tot twee maal toe zwemmen. Uiteindelijk heb ik hem met 20 honderdsten van een seconde gemist, doodjammer. Ik heb toen ook beslist om mijn zwemambities voorlopig wat terug te schroeven, hoewel zwemmen volop aanwezig blijft in mijn leven. Ik ben deeltijds praktijkassistent zwemmen aan de K.U.Leuven en werk als jeugdsportcoördinator bij Zwemclub Brabo. De Antwerpse club waar ook het jonge talent Elise Matthysen traint.
Jij zit aan de bron. Is het echt zo erg gesteld met de topsportbegeleiding in België?
Voor wat mijn eigen club betreft is dat alleszins niet het geval. Ik merk dat de stad Antwerpen veel investeert in de zwemmers van onze club. En dat werpt zijn vruchten af. Bijzonder hoopgevend. Ik denk dat we over vier jaar mooie resultaten kunnen verwachten van onze zwemmers op de Spelen in Londen. Zeker als andere besturen het Antwerpse voorbeeld volgen. Voor alle duidelijkheid: ik ben een Oost-Vlaming. (lacht)
Koester je persoonlijk nog sportieve ambities?
Ik blijf zwemmen, want ik doe het doodgraag. En misschien doe ik volgend jaar mee aan het WK klein bad, want dat ligt me wel omdat ik in een klein bad train. Voor het overige zien we wel. Ik kan wel vrij eerlijk zeggen dat ik niet meer ga deelnemen aan de Paralympische Spelen. Omdat ik weet hoe enorm veel ik er voor moet overhebben om zover te geraken. Daar heb ik gewoon geen zin meer in.
Dit interview verscheen in ZAP oktober 2008.
Wil jij ook aangepast sporten?
De vzw Recreas (Recreatief Aangepast Sporten) organiseert plaatselijk en nationaal tal van recreatieve sportactiviteiten zoals zwemmen, sjoelen, badminton, boogschieten,… Nieuw bij Recreas is het rolstoelbasketbal. Meer info? www.recreas.be