“Ik ben niet zo’n mannelijke man”
Sommige artiesten hebben genoeg aan hun voornaam. Zo is er sinds de hits Swedish Designer Drugs, Victory, Housewife en Exes maar één Daan. “Onderweg zijn en je toch alleen op de wereld voelen, zit er bij mij ingebakken”, vertelt die Daan. Stuyven that is, alias de zelfverklaarde cowboy uit Holsbeek.
“Daan kan dingen doen die geen enkele andere artiest kan doen zonder in onvrede te vallen bij het publiek”, postte een fan op internet. Na zijn muzikale universum te hebben afgebakend met lekkere electro-kitsch en moddervette disco-house gooit Daan het op zijn jongste cd ‘Manhay’, met de singles Exes en Crawling from the Wreck, over een verrassend rechtlijnige rockboeg.
Hebben veel mensen je sinds The Player dat wit kostuum en kermispaard uit het hoofd proberen te praten?
Nee, mensen rondom mij moedigden mij zelfs aan om nog een stap verder te gaan. Maar nu is de speeltijd even voorbij. Zo’n wit kostuum wordt trouwens te snel vuil. Ik heb er vijf of zes gehad. Omdat ik die aanhoudend scheurde, koos ik steeds goedkopere. Tot ik terug naar zwart ben gegaan. Dat kan ik tenminste vijf optredens lang dragen.”
Ook de cowboyhoed stond je goed. Zit in jou een soort European cowboy, zoals je collega Arno die bezingt?
Ik denk het wel. Ik wil ook constant op de baan zijn. Mijn motor is mijn paard. Als ik daar op zit, zou ik liever een hoed dan een helm dragen, maar dat heb ik afgeleerd. Onderweg zijn en je toch alleen op de wereld voelen, zit er bij mij ingebakken. Ik zoek dat op en heb dat ook nodig. Het soort eenzaamheid dat je in een bos tegenkomt, vind ik in een stad. Als kind keek ik graag naar de seventies-televisiereeks McCloud, over een sheriff die te paard tussen de wolkenkrabbers in New York reed. Die combinatie van uitersten probeer ik in alles na te streven.
Je hebt een cool, macho imago. Hoe mans is Daan echt?
You’ve got to dress up for the occasion. Je mag de dingen wat uitvergroten als je ermee naar buitenkomt. Als je echt helemaal tot op het bot gaat, kom je uit bij een simpele jongen uit Holsbeek. Maar als ik songs breng, ben ik met fictie bezig. Dan mag het wat expressieve kunst zijn. Niet te serieus maar ook niet te gewoon. Bovendien is het een stuk therapie. Ik ben nog altijd behoorlijk introvert en verlegen. Wat heb ik eraan als ik dan ook nog eens introverte muziek ga maken? Het tegenoverstelde uithangen, heeft mij goed gedaan.
Ik ben niet zo’n mannelijke man. Ik vind het net een frustratie dat je als man vrouwen niet gewoon als vriendinnen kunt hebben. Liefst zou ik zelfs een aantal van mijn mannelijkheden ruilen voor wat vrouwelijkheden. Zingen en je kleden en schminken om op een podium te gaan staan, zijn extreem vrouwelijke dingen. Ik ken veel mannelijker bezigheden dan aan een piano met een hoge stem ballades zitten te zingen. Veel sporters zijn een stuk meer viriel dan ik.
Anderzijds, wanneer waan jij jezelf een echte rockster?
Nog regelmatig, vooral ’s nachts. Meestal zit ik daar samen met vrienden om te lachen. Met Nieuwjaar had ik mezelf met kleren en al in de Noordzee gegooid. Toen we met ons hele gezelschap in de vrieskou als dieren uit de zee kwamen en drijfnat en vol zeewier aan de deur van een discotheek stonden, zag het er niet uit dat we binnen zouden mogen. Tot de buitenwipper mijn kop herkende en ons doorliet. Dan schaam ik mij er niet voor dat ik een rockster ben.
Tekst: Gunter Jacobs / Foto: Geraldine Jacques
Dit interview verscheen in ZAP september 2009.