De baan op in zes stappen 

Je rijbewijs B halen, hoe begin je eraan? We zetten voor jou alles op een rijtje. En wat blijkt? Het lukt je al in slechts zes stappen!

Tekst: Katleen Tops en Leigh Van den Acker / Foto zone 30: sxc / Foto Belgisch rijbewijs: Leigh Van den Acker / Foto nummerplaat: Oliver Wagemann

 

Stap 1: Voorbereiden voor het theoretisch examen

Vanaf de dag dat je 17 wordt, kan je het theoretisch rijexamen afleggen. Sinds enkele jaren kunnen leerlingen die in het zesde middelbaar zitten, deelnemen aan rijbewijs op school. Ze krijgen dan gratis acht uur les en een handboek en kunnen nadien het theoretisch examen op school afleggen. Wie niet meer op de middelbare school zit of niet wil of kan deelnemen aan rijbewijs op school, moet naar een examencentrum in de buurt om daar het examen af te leggen.

 

Studeren voor het theoretisch examen kan op drie manieren:

  1. Met een handboek, bijvoorbeeld ‘Rijbewijs B: Autorijden van A tot Z’.
  2. Je kunt bij verschillende rijscholen theorielessen volgen. Om je een ideetje te geven van de prijs: Rijschool Mercator bijvoorbeeld biedt een cursus van twaalf uur les aan voor tachtig euro. Bij Expert-Eeman betaal je honderd euro voor zes uur les.
  3. In dit internettijdperk kan je natuurlijk ook online leren. Alle theorie is terug te vinden op verschillende websites en als er iets verandert in de wet kan dit meteen worden aangepast. Bovendien kan je hier ook proefexamens afleggen en zijn er per hoofdstuk al een paar vraagjes om te checken of je de leerstof begrepen hebt. Handige websites zijn Leer rijden met KBC en Gratis rijbewijs online.

 

Weetje: Als je het proefexamen op de website van KBC aflegt, krijg je vijftien seconden om de vraag te lezen en het juiste antwoord aan te duiden. Veel mensen denken dat dit op het echte examen ook zo is, maar dat is fout. Daar worden de vraag en de antwoorden eerst voorgelezen door de computer en krijg je nadien nog vijftien seconden om na te denken. Meer dan tijd genoeg dus.

 

Stap 2: Het theoretisch examen afleggen

Het examen gebeurt op de computer in een examencentrum naar keuze. De examencentra zijn open van maandag tot vrijdag en je hebt geen afspraak nodig om het theorie-examen te mogen afleggen. Wat je natuurlijk wel nodig hebt, is een geldig identiteitsbewijs. Het examen kost vijftien euro. In Vlaanderen kan je het examen enkel in het Nederlands afleggen, in Wallonië enkel in het Frans. Je kunt de hulp van een tolk inroepen, maar dan betaal je vijftig euro extra.

 

Het examen bestaat uit vijftig vragen. Om te slagen, moet je minstens 41 vragen juist beantwoorden. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen grote en kleine fouten, wat vroeger wel het geval was. Elke vraag wordt voorgelezen, waarna je vijftien seconden de tijd krijgt om een antwoord aan te duiden. Nadien weet je meteen of je geslaagd bent of niet.

 

Je mag zo vaak als je wilt deelnemen aan het examen zonder verplicht te worden om lessen te volgen, maar na een mislukt examen moet je minstens 24 uur wachten voor je een tweede kans krijgt.

 

Voor mensen die bijzonder onderwijs gevolgd hebben, worden er af en toe speciale en vertraagde examens georganiseerd. Voor zo’n examen moet je een afspraak maken. Dat kan door naar een examencentrum naar keuze te bellen.

 

Stap 3: Voorlopig rijbewijs

Nadat je het theoretisch examen hebt afgelegd, is het tijd voor je praktijkopleiding. Daar heb je een voorlopig rijbewijs voor nodig; je kunt dit aanvragen bij de dienst burgerzaken. Hiervoor heb je twee identieke pasfoto’s en negen euro nodig. Je moet ook kiezen tussen een voorlopig rijbewijs met begeleider of eentje zonder begeleider.

 

Een voorlopig rijbewijs met begeleider is drie jaar geldig en kan je behalen vanaf je zeventiende.

  • Je begeleider(s) kies je zelf. Hij of zij moet minstens 24 jaar oud zijn en minstens acht jaar rijervaring hebben. Let er wel op dat je begeleider je alles juist aanleert. Foute handelingen afleren, is moeilijk. Je begeleider mag geen geldvergoeding vragen, tenzij hij/zij een gebrevetteerd rijinstructeur is.
  • Als je de baan op wilt, moet je begeleider er altijd bij zijn. Je mag één extra passagier meenemen.
  • Rijlessen volgen is niet nodig, maar het mag natuurlijk wel. Je kunt bijvoorbeeld een basisopleiding volgen van zes uur.
  • Als je minstens drie maanden geoefend hebt, mag je een praktijkexamen afleggen.

 

Een voorlopig rijbewijs zonder begeleider is anderhalf jaar geldig en kan je behalen vanaf je achttiende.

  • Voor dit voorlopig rijbewijs moet je twintig uur rijles volgen. Een rijopleiding van twintig uur kost ongeveer 1165 euro (25 euro inschrijvingsgeld). Na de twintig lessen krijg je een attest dat je alleen mag rijden.
  • Je mag één passagier meenemen. Deze persoon moet minstens 24 jaar oud zijn en een rijbewijs B hebben.
  • Ook bij dit voorlopig rijbewijs mag je na minstens drie maanden je praktijkexamen afleggen.
  • Als je na anderhalf jaar nog geen praktijkexamen hebt afgelegd, kan je overstappen naar een voorlopig rijbewijs met begeleider.

 

Met een voorlopig rijbewijs mag je niet rijden van 22.00 uur tot 06.00 uur op vrijdag, zaterdag, zondag en de nachten voor/tijdens wettelijke feestdagen. En ook heel belangrijk: vergeet het L-teken niet op de achterruit te plakken. Als je wordt tegengehouden met een voorlopig rijbewijs en zonder L kan je een boete krijgen vanaf vijftig euro. Dit bedrag kan nog oplopen tot bijna drieduizend euro door alle kosten die erbij kunnen komen.zone 30

 

Stap 4: Oefenen voor het praktisch examen

Je moet natuurlijk de wegcode kennen en volgen. Geen voorrang van rechts verlenen, over een doorlopende witte lijn rijden of meer dan dertig rijden in een zone 30 zijn een paar voorbeelden van zaken waarop je snel kunt buizen tijdens het praktisch examen. Het lijken simpele en logische dingen, maar een heleboel ervaren bestuurders heeft er moeite mee.

 

Er zijn ook enkele manoeuvres die je vlot en veilig moet kunnen uitvoeren. Zo moet je kunnen keren in een straat en parallel parkeren. De examinator moet ook kunnen zien dat je verkeersinzicht hebt. Belangrijk is dat je voldoende en efficiënt kijkt. Dit betekent niet alleen je spiegels gebruiken.

 

Ook de wagen goed kennen, is belangrijk. Je moet bijvoorbeeld weten op welke manier je de spiegels correct afstelt, waar onder de motorkap de ruitenwisservloeistof zich bevindt of hoe je het mistlicht aanzet. Deze controles worden uitgevoerd voor je begint aan het examen op de openbare weg.

 

Een interessante site om alles te weten te komen over het praktisch examen voor het rijbewijs B is De Rijprof.

 

Stap 5: Het praktisch examen afleggen

Deelnemen aan het praktijkexamen kan vanaf achttien jaar. Het kost je 36 euro, die betaal je op de dag van het examen. Als je een examen aflegt met een eigen voertuig kan dat alleen in een examencentrum dat bevoegd is voor jouw woonplaats. Als je examen aflegt met een voertuig van een erkende rijschool dan kan het examen ook afgenomen worden in het examencentrum dat bevoegd is voor de zetel van de rijschool waar je rijles volgde.

 

Het examen gebeurt volledig op de openbare weg en duurt ongeveer veertig minuten. Er zijn wel een aantal voorwaarden alvorens je aan het examen mag beginnen. Tijdens het examen kan het gebeuren dat de examinator het examen afbreekt en je terug moet keren naar het examencentrum. Je hebt dan een ernstige overtreding begaan en bent niet geslaagd.

 

Als je geslaagd bent voor het examen krijg je van de examinator een aanvraag om een rijbewijs. Hiermee kan je op het gemeentehuis je rijbewijs gaan aanvragen. Dit kost je zestien euro en twee pasfoto’s.

 

belgisch rijbewijs belgieJe kunt je rijbewijs al halen voor minder dan tachtig euro als je geen rijlessen volgt en van de eerste keer slaagt:

  • 15 euro om het theoretisch examen af te leggen
  • 9 euro voor het voorlopig rijbewijs
  • 36 euro om het praktijkexamen af te leggen
  • 16 euro voor het rijbewijs

 

Het kan ook minder vlot gaan. Als je twee keer buist op het praktijkexamen ben je verplicht om zes uur rijles te volgen.

 

Als je dan toch eindelijk je rijbewijs hebt behaald, geldt er één jaar nultolerantie. Dat betekent dat je bij een ernstige overtreding verplicht kan worden om je theorie- en/of praktijkexamen opnieuw af te leggen.

 

Stap 6: Je eigen auto

Het is zover. Je kent je auto van binnen en van buiten, je rijdt vlot en defensief en hebt eindelijk dat roze papiertje op zak. Tijd voor het echte werk! Maar hoe begin je aan het echte werk? Koop je een eigen auto of ga je met die van je ouders rijden?

 

Wagen van je ouders

Als kersverse bezitter van een rijbewijs is het niet zo evident om een eigen auto te kopen en die te laten verzekeren. Het is geen probleem om met de auto van je ouders te rijden, vermits de meeste autoverzekeringen de schade door een auto-ongeval ook dekken als er iemand anders dan de eigenaar achter het stuur zit. Als je de wagen vaak gebruikt, moet je jezelf opgeven als tweede bestuurder van de auto. Dan staan zowel de auto als de verzekering op naam van de ouder, wat veel goedkoper is dan wanneer je als jongere een eigen verzekering moet nemen. Dit gaat wel alleen maar wanneer je nog op hetzelfde adres woont als je ouders.

 

Eigen wagen
Als je een eigen auto koopt kan je die best op je eigen naam laten verzekeren. Hoeveel dat kost, hangt van de verzekeringsmaatschappij af. Bovendien houdt de maatschappij ook rekening met je bonus malus. Dat is een cijfer dat wordt berekend aan de hand van het aantal jaren dat je hebt gereden zonder ongevallen te hebben. Een lager cijfer zorgt ervoor dat je minder moet betalen. Als je een hele tijd zonder ongevallen hebt gereden, daalt je bonus malus. Als je een ongeluk hebt en je bent in fout, gaat de bonus malus weer omhoog. Het bonus malussysteem is bij elke verzekeringsmaatschappij anders.

 

Om je auto te kunnen verzekeren, heb je enkele dingen nodig. Eerst en vooral moet je een rijbewijs hebben voor je een verzekering kunt afsluiten, maar vermits je de vorige vijf stappen hebt gevolgd, mag dat geen probleem zijn. Verder heb je een gelijkvormigheidsattest nodig. Dit is een bewijs dat je auto voldoet aan de reglementeringen. Je moet ook een nummerplaat en een roze formulier of inschrijvingsbewijs aanvragen bij de Dienst voor Inschrijving van Voertuigen (DIV).

 

De wet zegt dat je verplicht bent om een burgerlijke aansprakelijkheid (BA) autoverzekering te nemen als je een auto bezit. Deze verzekering moet de schade vergoeden die veroorzaakt wordt door de verzekerde auto. Als je in fout bent, dekt de verzekering wel niet de kosten aan je eigen auto.

 

Als je extra goed verzekerd wilt zijn, kan je een omniumverzekering nemen. Deze vergoedt alle schade bij een ongeval, ook al ben je zelf in fout. Natuurlijk betaal je dan ook meer voor deze verzekering. Een omniumverzekering is vooral interessant als je een nieuwe of nog heel jonge wagen hebt. Er bestaat ook een mini-omnium. Deze dekt alleen de schade door brand, diefstal, glasbreuk of natuurschade.

 

Weetje: Sinds de nieuwe nummerplaten zijn ingevoerd, krijgen mensen met een gepersonaliseerde nummerplaat een cijfer 9 voor hun zelfgekozen combinatie vanaf het moment dat er iets verandert op hun roze formulier. Niet echt leuk voor mensen die 620 euro (zes tekens) of 874 euro (vijf tekens) neertelden voor een speciale nummerplaat. Mensen met een ‘gewone’ nummerplaat krijgen het cijfer 1 voor hun oude combinatie.

 

 

Lees ook:

- Ine maakt de straten onveilig in haar gele geit

- Hoe verliep jouw praktisch rijexamen?


Share |