fotografie 

Ben jij ook zo gebeten door de camera? Tegenwoordig kan iedereen fotograaf worden of dat denk je toch?

Wij vonden dit leuke artikel in De Standaard en geven je dankzij hen enkele tips mee waardoor je binnenkort een heuse topfotograaf wordt...

 

Bron: De Standaard / woensdag 30 september 2009

 

 

 

 

 

 

 

1. Neem je camera mee
Zonder fototoestel maak je geen foto’s. Hou je camera dus zo vaak  als mogelijk op zak, inclusief een opgeladen batterij en voldoende ruimte op het geheugenkaartje.

 

2. Zet je wekker
Voor een mooie foto heb je mooi licht nodig. Dat vind je net voor en net na zonsopkomst. Het licht van de middagzon is vaak te fel en gooit lelijke schaduwen. Wil u  toch overdag fotograferen, zoek dan een plekje in de schaduw. Vlak voor zonsondergang krijgt het licht een gouden kleur en kan u weer aan de slag.

 

3. Zoom met je voeten
Bijna alle digitale camera’s hebben een zoomlens waarmee je verafgelegen onderwerpen dichterbij kan halen door in te zoomen. Dat is handig als je dieren wil fotograferen waar je niet dichtbij kan komen. Maar voor andere onderwerpen kan je ook eens proberen om dichter bij je onderwerp te komen door er naartoe te wandelen. Door de kleinere afstand tot het onderwerp krijg je een heel ander perspectief: het onderwerp zal er veel groter uitzien.

 

4. Ga door je knieën

Wanneer je kinderen fotografeert, buk je dan zodat je camera zich op ooghoogte van de kids bevindt. Zoniet kijk je – letterlijk en figuurlijk – op hen neer, en dat levert geen fraaie foto’s op. Dezelfde regel geldt wanneer u volwassenen fotografeert die in een zetel zitten: schiet niet vanuit de hoogte, maar buk tot op hetzelfde niveau.

 

5. Gebruik geen flits binnen
Flitslicht is fel, wit en dodelijk voor de sfeer. Probeer eens om zonder flits te fotograferen. De sluitertijd zal veel langer worden, dus hou de camera stil. Plaats hem op een tafel of muurtje en gebruik de zelfontspanner.

 

6. Let op de achtergrond
Soms bent u zo druk bezig met het hoofdonderwerp dat u niet let op de achtergrond. Nochtans is die minstens even belangrijk: een storende achtergrond leidt de aandacht van de kijker af.

 

7. De regel van derden
Verdeel de scène die u ziet in negen vlakken door twee horizontale lijnen en twee verticale lijnen te trekken. Zet het belangrijkste onderwerp in de scène niet in het midden, maar op het snijpunt van een verticale en horizontale lijn. Volg deze regel zeker wanneer u een horizon fotografeert: foto’s met de horizon net in het midden ogen meestal erg saai.

 

8. Gebruik een flits buiten
Als u wil fotograferen in fel zonlicht, schakel dan de flits in. Het extra licht zorgt ervoor dat er geen ontsierende schaduwen te zien zijn onder de ogen en neus van personen. Ook op een bewolkte dag kan flitslicht een persoon beter tot zijn recht laten komen.

 

9. Eerst scherpstellen, dan afdrukken
Veel digitale compactcamera’s stellen maar traag scherp. Daar is weinig aan te doen, maar u kan er wel rekening mee houden door eerst scherp te stellen en dan pas de foto te maken. Duw de ontspanner half in tot de camera scherpgesteld heeft (je hoort meestal een biepje, en ziet op het schermpje een groen bolletje of vierkantje). Zolang je de ontspanner half ingedrukt houdt, blijft de camera scherpgesteld op hetzelfde onderwerp. Druk helemaal door wanneer u de foto wil maken.

 

10. Lap regels aan de laars
Fotografie gaat ook over creativiteit. Laat u niet aan banden leggen door regels.

 

Meer informatie
Voor meer tips over fotografie, vindt u in de workshop Fotografie van Clickx.

 


Share |